

Geschiedenis is iets van duffe boeken en oude schilderijen. Maar wat als je nou zelf eens in de geschiedenis kunt rondlopen of moutainbiken langs het Pad van Vrede? Dan is geschiedenis opeens wel heel leuk. Kids-and-trips reisde naar Trentino, een mooi bergachtig gebied in het noorden van Italië tegen de grens met Oostenrijk, vlakbij het Gardameer waar veel Nederlanders hun vakantie vieren. Leuk om in plaats van alle dagen in het water te poedelen een keer je stevige schoenen aan te trekken, een rugzak te vullen met drinken en een stuk brood en de bergen in te trekken. O, en vergeet niet een trui mee te nemen en je zaklamp. Want de tocht leidt soms ook door grotten. Heel spannend............
In de Eerste Wereldoorlog werd in de woeste steile b
ergen van Trentino een vreselijke bergoorlog gevochten. Dat was van 1914 tot 1918 in wat de Italianen 'La Grande Guerra', de Grote Oorlog, noemen. Er zijn toen maar liefst 147.000 Italiaanse en 82.000 Oostenrijkse militairen gesneuveld en er waren ontelbaar veel gewonden. Om alle militairen, kanonnen, voedsel en munitie naar boven te slepen legden de Italiaanse militairen, de Alpini, bergpaden aan. Daar is nu nog 350 kilometer van over. De Italianen noemen die bergweggetjes 'Sentieri della Pace', de paden van de vrede. Op de meeste paden mag je ook fietsen, op sommige is dat te gevaarlijk en is fietsen verboden. Om het hele pad te lopen heb je een maand nodig. De route wordt aangegeven door bordjes met de vredesduif. Want nu is het vredig in het ruige berggebied en bloeien er op een deel heel bijzondere planten. Maar je kan wel op allerlei plaatsen zien dat hier enorm gevochten is. Zo af en toe kom je nog oude tanks en geschutsstukken tegen en je struikelt er over de loopgraven. Daarin konden de militairen lopen zonder dat de vijand ze zag. En er is zelfs een graf van generaal Vittorio Emanuele Rossi, hoog in de bergen, midden op de hoogvlakte, het grote slagveld uit die tijd. De generaal is niet in de oorlog gestorven, maar pas toen hij 85 was in 1962. Als een soort eerbetoon voor zijn heldhaftige optreden in de Eerste Wereldoorlog is hij daarna begraven op 'zijn' gevechtsterrein.
Spannende tunnels
Als je op die bergpaadjes loopt of fietst vraag je je af of die stukken steen nou zo belangrijk waren om oorlog voor te voeren. Nee, natuurlijk niet. Het land is eigenlijk niets waard, maar Italië en Oostenrijk maakten al veel langer ruzie om het gebied. Het ging zoals bij de meeste oorlogen om méér grond en dus méér macht. Als je puffend omhoog loopt (fietsen kan ook, maar is leuker naar beneden!) met een kleine rugzak, moet je er niet aan denken dat je ook nog eens een geweer en munitie moet meesjouwen en dat je ook nog moet uitkijken voor de vijand. Op veel plaatsen was het niet mogelijk om paden aan te leggen omdat de bergwanden daar van kale loodrechte brokkelige rots zijn. Daar hebben de militairen enorme tunnels moeten hakken in de berg.
Frisjes
De mooiste en de meeste liggen op de Monte Pasubio in de 'Strada delle Galerie', de route van de tunnels. Die weg loopt van Colle Campiglia (1216 meter hoog) naar Porte del Pasubio op 1934 meter. Op 6,5 kilometer kom je door 52 tunnels, die samen ruim twee kilometer lang zijn. De militairen hebben deze weg in elf maanden gebouwd, ongelofelijk als je ziet hoeveel werk daarvoor verzet is. In veel tunnels is het einde niet te zien. Het is er pikkedonker en je hebt een goede zaklamp nodig om er te kunnen lopen. Best spannend binnenin die donkere berg waar op veel plaatsen het water van het dak van de tunnel drupt en zeker omdat sommige tunnels laag zijn. Lange mensen moeten oppassen hun hoofd niet te stoten. Als je weer buiten staat merk je hoe fris het binnenin de berg is. Soms zo fris (en je klimt ook steeds hoger) dat je soms best een trui kunt gebruiken.
Het oude slagveld
Aan het einde van het pad sta je opeens midden in het oude slagveld, vlak bij een berghut, de Rifugio Generale Achille Papa, duidelijk genoemd naar een hoge militair. Om een beetje te begrijpen hoe het er in zo'n oorlog in de bergen aan toe gegaan is, kan je een bezoek brengen aan het Fort Belvedere (in het Duits noemen ze het fort ook wel Gschwent) in Lavarone, waar veel informatie over de oorlog te vinden is. Daar kan je ook zien dat er in de winter soms even niet gevochten werd, tenminste niet boven in de bergen. Daar lag toen eenvoudig veel te veel sneeuw. In de winter van 1914 viel er in twee weken acht meter sneeuw. Het natuurgeweld had toen even gewonnen van het militaire geweld, want zodra de sneeuw weggesmolten was, begonnen de militairen weer te vechten. Nu lopen er toeristen op het Pad van Vrede. Voor kinderen spreekt dit pad tot de verbeelding. Wie meer informatie zoekt over trajecten die makkelijk voor families te lopen zijn:
Tekst: Marjan Neefs