

Op onze zomerse zwerftochten genieten we van het plaatje dat de buitenlandse natuur ons biedt. Daarnaast bezoeken we plichtmatig musea en kerken. ‘Verdiepen’ ons in de cultuur en roepen om onduidelijke redenen ‘ahhh en ohhh’ bij gebouwen die in de reisgids staan vermeld als iets bijzonders. Zelden zullen we echt getroffen worden door de beelden in onze vakantie. We missen een basis of een kader waarin we de informatie een plaats kunnen geven. Een stenciltje van een museum, een guitig geschreven stukje in reisgids of een onbewolkte dag in de bergen zal de gemiddelde vakantieganger zelden diep in het hart treffen.
Het buitenland is daarmee een consumptiegoed geworden en de reisgids de gebruiksaanwijzing.
Maar oude gebouwen, kerken, menhirs, landmarks, kapelletjes, bronnen, enz. zijn vaak zoveel meer dan een aardige notitie in een geschiedenisboek.
Het merendeel van deze plaatsen hebben iets te maken met energiën, religie of mystieke zaken. De moderne mens heeft echter het contact verloren met deze invalshoek en beschikt slechts over een reisgids hetgeen een tamelijk armzalig aftreksel is van de bijzondere wereld die voornoemde objekten vertegenwoordigen.
Maar is het niet grenzeloos saai en oninteressant om in onze kostbare vakantie opgezadeld te worden met allerlei stoffige feiten uit een duister verleden? Wat kan u het schelen of de achterneef van Edward III in 1564 een nacht op het kasteel doorgebracht heeft? Wat heeft u er aan als u weet dat u net uw tent heeft opgeslagen op de zeldzame, overdwarsgestreepte langbladige brandnetel? Of het schilderij door de broer van de kunstenaar is gemaakt toen hij hevig depressief was?
We zijn het contact met de wereld achter de dingen kwijt. Daar liggen de boeiende antwoorden van ons bestaan en dat van de cultuur waar u uw vakantie houdt.
Wat is dat toch gek dat we in onze kostbare vakanties dingen doen die we thuis nooit zouden doen en waar we vaak ook geen enkele affiniteit mee hebben?
Waarom staat de natuur zo hoog aangeschreven bij de gemiddelde vakantieganger? En de kerken en gebouwen? Waarom bezoeken we bronnen, kapelletjes, menhirs, forten op heuvels en kijken vertederd naar de muurtjes in het Engelse, Schotse en Ierse landschap?
Waarom meten we ons een devote houding aan als we een kerk binnen treden?
En doen we quasi geïnteresseerd als we een kapelletje of een fort bekijken. Waarom verdiepen we ons in de stoffige geschiedenis van gebouwen en waarom is het zo interessant om te weten dat de kasteelheer een verre achterneef is van Johnnie III uit 1564? Wat heb je aan dat soort informatie?
Toch hebben onze voorouders zich decennia in het zweet gewerkt om die ene kathedraal te bouwen en kunnen de voorouders van onze voorouders ons nog steeds voor raadselen stellen hoe zij hun tonnen zware menhirs overeind zetten. Om maar niet te spreken van de pyramiden, Stonehenge en de Chineese Muur. Ik kan me niet voorstellen dat zij die bijzondere werken uitvoerden met de gedachte daarmee het toerisme te bevorderen zodat wij ons hoofd er over zouden breken.
Onze voorouders zetten iets overeind of markeerden iets dat zij belangrijk vonden.
De vroegere mens leefde intenser met de natuur, de seizoenen en eventuele goden dan wij.
Schijnbaar leefden zij met dingen die wij niet meer belangrijk vinden.
De alchemist Basilius Valentinus drukte de al eeuwen gangbare theorie uit in de volgende woorden: “De aarde is geen dood lichaam maar wordt bewoond door een geest. Deze geest is energie en wordt gevoed door de sterren en geeft deze af aan alle levende wezens.
Middeleeuwse prietpraat die nog oninteressanter is dan het leren van jaartallen uit de reisgids?
Afgezien van het feit dat wij misschien nog geen honderd jaar geleden alles wat niet te bewijzen was met onze wiskunde en natuurkunde naar het Rijk der Fabelen verwijzen, is deze gedachtegang daarentegen millenia oud. Geen bewijs van de juistheid daarvan maar wel iets om te overdenken. In de laatste 100 jaar is er door de kwantumtheorie wel een andere kijk ontstaan op de ‘geesten in de aarde’. Verschillende onderzoeken wijzen er op dat de energie in de aarde te vergelijken is met de geestelijke energie van de mens. De Chinezen wisten dat al want toen de mens de aarde ging exploiteren kwamen de Chinezen met feng shui op de proppen. Feng shui is de kunst om de woningen van levenden en doden zo aan te passen dat ze samenwerken en harmonieren met de plaatselijke stromingen van de kosmische adem.
De energie in de aarde stroomt langs kronkelige lijnen. In China heeft men deze energiebanen ‘recht getrokken’ en op de keizer gericht.
Een flauwekul verhaal?
Ach, ook de Zonnekoning liet in Versaille de lanen, synoniem voor de energiebanen, richten op zijn paleis. In Engeland was het bijna mode onder de aristocratie en grootgrondbezitters om lanen vanuit het landhuis op kerken te richten. Ook in Nederland lopen de toegangswegen van een dorp of stad naar een kerk. Vele architektonische kenmerken, nu algemeen alleen beschouwd in hun praktische aspekten. hebben een mystieke oorsprong.
Kerken en megalithische vindplaatsen staan veelal op een centrum van energiebanen of een sterk energieveld. Zo staat het altaar van belangrijke kerken bijna zonder uitzondering bovenop zo’n energiecentrum.
Hoewel onze voorouders in Europa niet van het bestaan van feng shui op de hoogte waren, blijken hun principes veel overeenkomst daarmee te vertonen. Daarnaast waren onze voorouders dol op getallenleer van Pythagoras, Plato en kabbala evenals vormen en kleuren..
Het altaar wordt omringd door vier enorme zuilen die het basispatroon vormen van de totale kerk. Daarom trokken de bouwmeesters een cirkel en tekenden daarin een driehoek en een vierkant. De zuilen staan exact op de snijpunten van deze figuren. De cirkel, de direhoek en het vierkant zijn het symbool voor God, voor eenheid.
Kerken zijn gebouwen die de verbinding nastreven van materie en geest, van hemel en aarde. De gotische kathedralen zijn een soort instrument om die verbinding tot stand te brengen.
Dat is geen marketingpraatje zoals wij dat gewend zijn te horen van alles wat wij kopen maar een serieus basisprincipe vanwaar de bouwmeester uitging. Bij het ontwerpen van gotische kerken werd heel bewust gebruik gemaakt van de traditionele symboliek van de getallenleer van Pythagoras, Plato en de kabbala. De drie staat voor de geest, de vier voor de materie. De ruimtelijke verhoudingen worden in gotische kerken door deze getallen beheers
De moderne mens is het contact nagenoeg kwijt met deze oude natuurlijke basisprincipes. Jammer want of je het nu accepteert of niet, het heeft meer met onze essentie te maken dan het droge en praktische feitenrelaas uit de reisgids.
Wij baseren ons leven op feiten, wiskunde en onweerlegbare bewijzen. Een cultuur die het leven op andere dingen baseert, kan van ons een superieur glimlachje krijgen
De exacte wetenschap is onze zekerheid geworden. Al het onbewijsbare is bijgeloof en spiritueel getinte symbolen dienen onmiddellijk het veld te ruimen. Toch blijkt onze cultuur zich millennia te hebben bediend van uitgangspunten die we nu als bijgeloof aanmerken. Uitgangspunten die nog volop aanwezig zijn in bijzondere gebouwen en landschappen maar die genegeerd worden al ware het giftige gedachten. Alles kunnen wij immers bewijzen en dat wat niet bewezen kan worden, bestaat niet.
Veel plezier met uw reisgids